Het werk van Veron Urdarianu (1951) lijkt te zijn ontdaan van alle kleur. Alsof iemand ze heeft weggezogen uit de verf. Slechts vage zwemen lijken in veel gevallen nog blijven hangen. Soms weet de verf nog maar net aan te geven dat het ooit een blauw pigment was, of groen. Slechts de bruine tinten blijven in veel gevallen wat duidelijker staan.
Het is niet alleen het vervagen van het kleurenpalet dat vervreemd. De composities kennen een opmerkelijk gevoel voor detaillering, of beter gezegd, de wisselende concentratie ervan. Sommige delen zijn zeer uitgewerkt en bestaan uit meerdere lagen. Terwijl soms de helft van het werk bestaat uit een bijna egale kleurlaag. Hierdoor ontstaat, van een afstandje, een bijna grafisch beeld.
Pas op het moment dat je dichterbij komt zie je de rijkdom die in de nuances verstopt zit. En ja, zoals wel vaker laat die zich ook hier bar slecht vertalen in fotografisch beeld.
Een flink aantal schilderijen zijn confrontaties met werken van Henri Matisse en Georges Braque. De voorstelling is min of meer direct afgeleid van die kunstenaars maar vervolgens door Urdarianu zijn hand gegaan. Hierdoor ontstaat allereerst de confrontatie van de kunstenaar zelf. Hoe gaat hij om met dat beeld van een ander, en vervolgens hoe hij dat zich eigen kan maken. Dat is een extra gelaagdheid die enkel zichtbaar is voor de toeschouwer die de werken van Matisse en Braque paraat heeft. Als je dat hebt is het een mooie meerwaarde.
Maar wat toch het meest boeiende aan dit werk is, is vooral het bleke kleurpalet in combinatie met de concentratie.
Het werk van Veron Urdarianu is nog tot en met 10 oktober te zien bij Galerie Onrust te Amsterdam.
Laat een reactie achter;